In zijn boek Februari 33 schijft Uwe Wittstock: “Dit zijn geen heldenverhalen. Het zijn verhalen over mensen die in extreem gevaar raakten. Velen van hen wilden het gevaar niet inzien, ze onderschatten het, ze reageerden te langzaam, kortom: ze maakten fouten. Natuurlijk kan iedereen die nu in de geschiedenisboeken bladert, zeggen dat de mensen in …. dwaas waren als ze niet begrepen wat …. voor hen betekende. Maar dat zou onhistorisch gedacht zijn. Als het al zin heeft om te zeggen dat …. misdaden onvoorstelbaar waren, dan geldt dat in de allereerste plaats voor zijn tijdgenoten. Ze konden het zich niet voorstellen, ze konden hooguit een voorgevoel hebben van waartoe hij en zijn mensen in staat waren. Vermoedelijk hoort het bij de aard van een beschavingsbreuk dat die moeilijk voorstelbaar is.“
Ik heb de namen en jaren gewist. En beetje weldenkend mens kan ze zelf bedenken: 1933 en Hitler. Ik ben 71 en vraag me vandaag meer dan ooit af of we van de geschiedenis kunnen leren. Historia Magistra Vitae – is de geschiedenis de grote leermeester, zoals Cicero meende? Voltrekt zich achter onze rug een ‘list van de rede’ die Hegel ontwaarde? Dat blijkt een vraag die verbazend moeilijk te beantwoorden is, en dat ga ik hier ook niet doen. De vraag is misschien ook niet of van de geschiedenis kunnen leren, maar of we van de geschiedenis willen leren.
Voor mij zijn deze dagen de meest donkere van mijn leven. Onlangs bedacht ik dat een nieuwe zondvloed het enige is wat ons vandaag van de uitzichtloosheid kan redden. Niettemin, van de dissidenten uit de vorige eeuw en mijn Oekraïense vrienden vandaag leer ik dat pessimisme geen optie is en wanhoop een zonde. Wat te doen?
Dat brengt mij weer bij de woorden van Uwe Wittstock. Wat kunnen we van deze geschiedenis leren? Welke toekomst opent zich als we voor 1933 het jaar 2026 invullen en voor Hitler de naam Trump?
Herhaalt de geschiedenis van 1933 zich in 2026? Nee, vanzelfsprekend niet! Of toch een beetje? Overvraagt een beschavingsbreuk inderdaad niet ons voorstellingsvermogen? Laat 1933 niet zien dat onze beschaving zich als het ware voor onze ogen én achter onze rug uit de handen kan glippen?
Aan de andere kant. Kunnen we vandaag niet veel beter dan in 1933 waarnemen wat zich in 1933 afspeelde? Kunnen we na de vreselijke ontdekking van de mensenrechten en de menselijke waardigheid niet veel beter zien wat het gevaar is wanneer recht moet wijken voor macht? Is dat misschien wat de geschiedenis ons kan leren? Niet dat zij zich herhaalt, maar dan 1933 opnieuw mogelijk is? En toch… dan het ook anders kan? Dat de gerechtigheid niet het onderspit hoeft te delven. Als we van de geschiedenis willen leren.